't Dingetje

Beatclub 't Dingetje
1966
Voor de zogenaamde 'vrije jeugd' was er niets te doen in Veenendaal, midden jaren zestig. De gemeente probeerde daar in 1966 een positieve draai aan te geven door de leegstaande Kokse school aan de Nieuweweg tijdelijk te verhuren aan een aantal mensen die er een beatclub wilden beginnen. De school was oud en vervallen, maar toch bestond de club van november 1966 tot de lente van 1969, toen het gebouw uiteindelijk gesloopt werd.
De oprichters van Beatclub N.V. 't Dingetje waren:
- Henri Bruitsman
- Peter Pilon (de latere huisarts)
- Dick Vink
- Eddie den Braber, die al snel weer verdween en
- Dirk de Gooijer die er wat later bijkwam.
Bij de oprichting was Dick Vink de enige die een baan had, (bij de SKF). De anderen waren scholieren.
De oprichting vond plaats ergens in 1966. Na een bestuursoverdracht in 1967 bleef Henri Bruitsman over samen met zijn broer Fred en Hans Slotboom. Volgens Dick Vink waren bestuursleden medewerkers, die hielpen bij de organisatie. Peter, Dirk en Dick stopten bij de overdracht van het oude naar het nieuwe bestuur, zoals aangegeven in de aktes.
Burgemeester opende beatclub
De school op de hoek van de Hoogstraat en de Nieuweweg heeft aan de binnenzijde een metamorfose ondergaan, die nergens meer herinnert aan de "Kokse-school". Nu is er de tiener- en beatclub N.V. 't Dingetje gevestigd, die gisteravond (18 november 1966) officieel door de burgemeester, vergezeld van de wethouders Koppenberg en Bastmeijer en hoofdinspecteur Dekker, werd geopend. Hij scheurde, als officiële daad, een papieren lint door dat tussen de twee lokalen, die de club in gebruik heeft, gespannen was.
Het is de bedoeling van de directie dat er voorlopig op vrijdag-, zaterdag- en zondagavond gedanst zal worden. Voor de eerste dansavond vandaag (19 november 1966), heeft men de band Lijn 6 naar het schoolgebouw weten te halen. (Verderop een fotoreportage van dit optreden)
"Ik mag eraan herinneren dat ik enkele gesprekken met jullie heb gehad, waarin duidelijk werd gesteld dat ik bereid was mee te werken aan het zoeken naar een onderkomen, indien alle activiteiten binnen de perken van orde en wet enerzijds en fatsoen anderzijds blijven" aldus de burgemeester in zijn openingsspeech.
"Ik kan niet garanderen hoelang jullie van deze ruimte gebruik kunnen maken, maar als jullie eruit moeten, ben ik bereid weer te helpen zoeken naar een andere oplossing". Zich speciaal tot de directeur van de N.V. wendend, zei de burgemeester: "Jullie hebt een N.V. gesticht en ik neem aan dat je op eigen benen kunt staan. N.V. 't Dingetje vind ik een prachtige naam, waaruit nog van alles kan groeien.
Misschien wordt 't Dingetje nog wel eens een Ding". Een N.V. geeft aandelen uit en jullie hebben waarschijnlijk nog van alles nodig. Ik wil graag een aandeel kopen ter waarde van een tientje. Ik doe dit privé omdat de gemeente natuurlijk niets kan doen".
Behalve het kopen van het eerste aandeel bood de burgemeester een aantal flessen aan ("De flessen zijn grandioos leeg, je hoeft er niet meer aan te ruiken!"), voor de versiering van de bar.
De heer Vink, directeur van de spiksplinternieuwe N.V. bedankte de burgemeester voor zijn woorden. Hij zegde toe dat er altijd vier bestuursleden aanwezig zullen zijn om de orde te handhaven en beloofde plechtig dat iedereen die zich niet fatsoenlijk zou gedragen, eruitgezet zou worden.
De aanwezigen maakten na het officiële gedeelte een rondgang door de beide lokalen, waarbij de versieringen van muren een plafonds veel waardering kregen.
(De Vallei, 19 november 1966)
We hadden een passende openingsact in gedachte. Als je in de hal van ’t Dingetje binnenkwam zag je een aantal kinder wc-tjes. Die wc-tjes waren zo klein dat je er niet goed op kon zitten. Dus: wij naar de vuilnisbelt bij de Rode Haan en daar een grote oude fauteuil opgehaald. Henri Bruitsman was de knutselaar. Wat zijn ogen zagen, konden zijn handen maken. Hij sloopte het zitgedeelte uit de fauteuil zodat er precies een wc-tje in paste. Zo hadden we een "Royal WC".
Als openingsact moest de burgemeester in de fauteuil plaats nemen en vervolgens de wc doortrekken. Een fotograaf van de Vallei zou dit vastleggen. Echter wethouder Koppenberg, die in de plaats van de burgemeester kwam voor de openingsact, had hier geen zin in. Scheisse ja. We moesten er toen een klassieke opening van maken, met een strook papier in de deuropening, die de wethouder kapotscheurde.
(Dick Vink)
Zomer 1967
Vanavond treedt in de Veenendaalse beatclub "N.V. 't Dingetje" voor de tweede maal in zeer korte tijd de Eindhovense beatgroep "Dirty Underwear" op. Ditmaal worden ze vergezeld van een protest-zanger, die eveneens uit Eindhoven afkomstig is.
Zondagavond speelt in de Veenendaalse club de plaatselijke beatgroep As203. Dit zal tevens de laatste avond zijn van het seizoen.
"Dirty Underwear" heeft de vorige keer veel succes gehad. De publieke belangstelling was groot en dat kwam het werk van de Eindhovense jongelui ten goede. De vier jongens spelen soul muziek, spontaniteit speelt bij deze muziek een belangrijke rol zodat het publiek grote invloed uitoefent op het resultaat. Vanavond en morgenavond zijn bedoeld als de grote sluitstukken van het beat seizoen 1966-'67.DIRTY UNDERWEAR:
Hans Sanders - Vocal + guitar
Puck van Tuyl - Guitar
Willem Janssen - Bass
Jaques Verdonk - Drums
Herman Bongaerts - Organ
Bertus Borgers - Sax
Dit weekend draait 't Dingetje dus nog een keer ouderwets, in september begint de club met een nieuw gezicht en een nieuw bestuur een nieuw seizoen.
(24 juni 1967)

De waarheid over 't Dingetje
"Onbekend maakt onbemind", zegt de hoofdinspecteur van de Veenendaalse politie, de heer W.C.H. Dekker.
Hij gebruikt dit oude gezegde in verband met de vele fantasierijke verhalen rond de beatclub N.V. 't Dingetje. Al deze roddelpraatjes zouden nu eindelijk eens uit de wereld geholpen moeten worden. "Als de Veenendalers 's zondagsmiddags langs 't Dingetje komen, en ze zien daar die jongelui staan, zeggen ze: "Moet je daar die langharigen zien met hun gekke kleren. Daar zal zich binnen wat afspelen!"
En dat is wat volgens de hoofd-inspecteur van politie het begin is van een nieuwe, venijnige roddel over de beatclub. "De één zegt: "Daar zal zich wat afspelen", de ander: "Daar speelt zich wat af', en een derde dikt het verhaal nog wat aan en daar is dan een nieuwe story geboren waar de mensen tijdens een verjaardagsfeestje zo heerlijk van kunnen genieten", aldus de heer Dekker, die tijdens zijn regelmatige contrôle-bezoeken aan het trefpunt voor de Veenendaalse beatjeugd nog nooit dingen heeft meegemaakt die ergens als basis voor die verhalen kunnen dienen.
Ruimte waar de jeugd eens zichzelf kan zijn
De heer Dekker heeft al heel wat wilde verhalen over het Dingetje nagetrokken, van striptease tot drankmisbruik, maar nog nooit bleken ze gegrond te zijn. "Altijd als ik bij de bron van deze verhalen uitkwam gaf men mij als reden: "Ik zag daar die langharigen staan en toen dacht ik …" De heer Dekker vindt dit echter discriminatie. Hij betreurde het dat men naar aanleiding van het uiterlijk van de jongeren zo denigrerend over hen spreekt. Hij spreekt over zijn jeugd, toen de plusfours in de mode waren: "Als je dat droeg keken de ouderen je met scheve ogen aan. Dat is nu hetzelfde met het lange haar. Met eerbied kijkt men naar een portret van Frederik Hendrik of Michiel de Ruyter en die hadden nog wel pruiken op. Waarom is dan nu de weelderige haardracht te min? Het is toch allemaal maar een tijdsverschijnsel".
Zelfstandig
Dat lang haar een tijdsverschijnsel is kan de hoofd-inspecteur duidelijk merken in de beatclub zelf. Niet alleen wordt de haardracht korter: "een jongen met al te lang haar gooien ze er zelfs uit," aldus de heer Dekker.
Dit is volgens hem een gevolg van het feit, dat de jongeren elkaar beïnvloeden. Hij ziet 't Dingetje als een gelegenheid waar de jeugd zichzelf kan vormen, met onderlinge hulp. De jeugd is er volgens hem bezig zelfstandig te worden. "Dat is duidelijk te zien aan het oude bestuur"' aldus de heer Dekker. "Over hetgeen zij eerst hebben opgebouwd spraken zij nu hun misnoegen uit. Dat komt alleen omdat het oude bestuur volwassener is geworden en zich niet meer met de naïeve gedragingen van de beat jeugd kan verenigen. Die naïeve gedragingen moeten worden gezocht in het z.g.n. artistiek zijn van de jongens en meisjes, het naäpen van de grote idolen en het afwijzen van alles wat op "raad van ouderen" lijkt. Langzaam komen deze jongeren tot de ontdekking dat die "burgerlijke wereld" niets is om zich voor te schamen. Dat het mooi is, iets te presteren. Als we zover zijn, zie je ze niet meer in een beatclub".
Maar voor ze zover zijn, moeten ze volgens de hoofd-inspecteur van politie met elkaar leven en praten in een kleine excentrieke gemeenschap om tot die ontdekking te komen. Daarvoor is 't Dingetje juist zo geschikt.
Dwang
De heer Dekker wijst op de begintijd van De Instuif. "Hoeveel ouders zeiden toen niet: "Voordat ik m'n kinderen naar die verderfelijke troep stuur". Nu is daar gelukkig al veel verbetering in gekomen. Zo zal het ook wel met 't Dingetje gaan." De heer Dekker ziet trouwens meer in een gelegenheid als 't Dingetje dan in De Instuif.
"In 't Dingetje kan de jeugd zelf tot de ontdekking van de werkelijkheid van de maatschappij komen. In De Instuif is er de leiding van ouderen: dat geeft een element van dwang." Hierbij is het opmerkelijk, dat men onder de jongeren vaak kreten hoort als: "Wie gaat er nu naar De Instuif".
Dan is er volgens de heer Dekker nog de verandering van de tijden. Hij gaat terug naar zijn jeugd en herinnert zich dat er zich toen ook wel eens iets afspeelde, waar de ouders niet tevreden over waren: "Maar vroeger trapte men iemand niet zo gauw op de tenen en door de overbevolking van nu gebeurt dat tegenwoordig vrij snel," zegt hij. Daarom moet er volgens hem een ruimte zijn, waar de jeugd zichzelf kan zijn.
Bovendien moet men volgens hem kijken waar de schuld ligt. Hij noemt het voorbeeld van een hond die niet uitgelaten is. Als dat beest dan wat in de keuken doet kan men het hem niet kwalijk nemen, maar moet men zeggen: "Uilskuiken dat ik ben! Had ik die hond maar even uitgelaten."
Zo moet men volgens hem ook de jeugd "uitlaten" en ze niet dwingen stiekem haar praktijken uit te laten oefenen. "Men moet niet de jeugd, maar de gemeenschap voor hun daden blameren".
Portieken
Dan noemt de heer Dekker nog een ander voordeel van een vrij jeugdcentrum. Voor de tijd van 't Dingetje crosste de jeugd op brommers door de Hoofdstraat. Zij had geen ruimte om samen te komen. In steegjes en portieken van winkels voerde zij duistere praktijken uit. "Het was zelfs zo erg, dat winkeliers in de Hoofdstraat 's maandagsmorgens zorgden vóór het personeel bij de zaak aanwezig te zijn om dingen op te ruimen, die voor het vrouwelijk personeel aanstootgevend zouden kunnen zijn", aldus de hoofd-inspecteur.
Nu is naar zijn zeggen meer dan de helft van deze jongeren in 't Dingetje te vinden waar ze zich met een flesje limonade en wat muziek vermaken; "Natuurlijk zijn het geen lieve jongetjes en meisjes. Gelukkig niet!" vindt de heer Dekker. Hij is maar wat blij, dat hij de jeugd aantreft in de beat club en niet in cafés. Voor een café zijn ze volgens hem nog veel te jong.
Waarheen
Naar alle waarschijnlijkheid zal het huidige gebouw van Beat club N.V. 't Dingetje half 1968 worden afgebroken. Waar moet de jeugd dan naar toe? Weer naar de straat?
"Ik hoop het niet"' zegt de heer Dekker. "Hopelijk is er voor hen een plaats te vinden waar ze een nieuwe ruimte kunnen opbouwen. De jongens van 't Dingetje werken hier hard voor.
Ze vroegen mij zelfs of het niet beter zou zijn dan meteen de naam van de club te veranderen, omdat die zo besmet is. Ik zei echter dat ze dat niet moesten doen. Gewoon volhouden. Proberen die blaam van je af te werpen door een goed gedrag. Dan komt het vanzelf wel goed. Veenendaal zal er toch wel een keer aan wennen…"
(De Vallei, 11 oktober 1967)
Een reaktie (van de gevestigde orde) liet niet lang op zich wachten.
Op 14 oktober 1967 stond onderstaand artikel in de Vallei.
VERWONDERING OVER VISIE VAN HOOFDINSPECTEUR
Predikanten willen eens poolshoogte gaan nemen
Tijdens de laatste vergadering van ons convent hebben enkele predikanten gezegd, dat er bij hen klachten van ouders binnengekomen waren over de beat club 't Dingetje. Wij hebben toen gesteld dat het aan te bevelen zou zijn als een paar predikanten er eens een kijkje gingen nemen. Als je over iets gaat oordelen moet je tenslotte weten wat er gebeurt. Trouwens, je moet zelf wel gaan kijken, want er is geen enkele instantie bij wie je een klacht in kunt dienen. Enkelen van ons willen er dus eens poolshoogte gaan nemen, ook al weten we niet of we er wel inkomen..."
Dit is de reactie van ds. C. G. Vijzelaar, secretaris van het convent van predikanten, op de uitspraken van de hoofdinspecteur, W. C. H. Dekker, die hij tijdens een interview over de beat club het Dingetje deed. Hij is nogal verbaasd over hetgeen de inspecteur bij die gelegenheid heeft gezegd.
Een aantal personen, die nauw bij het jeugdwerk in Veenendaal, in welke vorm dan ook, betrokken zijn, deelt deze verwondering. Men is van oordeel dat de heer Dekker, die van het begin af aan veel voor de jongelui - die het bestuur van de beat club vormen - heeft gedaan, hen nu ook in de krant min of meer de hand boven het hoofd houdt.
De heer L. van Treijen jr., voorzitter van de jongerenorganisatie Circuit '67, die regelmatig dansavonden in De Ruif aan de Nieuweweg organiseert zegt hierover: "Wij gaan deze zaak in ons bestuur bepraten. De inspecteur heeft zonder meer onwaarheden vertelt. Ik heb er bewijzen van dat er in 't Dingetje LSD gebruikt is. Ik snap niet waar hij met dit verhaal naar toe wil. Wij gaan erover vergaderen en zuilen dan zeker reageren."
De man die wellicht het meest teleurgesteld is door de uitlatingen van de heer Dekker, is jeugdleider G. v. d. Schee. "De inspecteur suggereert dat er alleen maar slap-hannessen naar de Instuif gaan. Dat kan hij nooit weten want hij komt hier nooit. Bovendien is de Instuif natuurlijk niet met het Dingetje te vergelijken. Dat slaat als een tang op een varken. Wie de wezenlijke inhoud van ons werk kent, zal dit begrijpen.
Wat de heer Dekker zegt is onjuist en vervelend. Hij laat het voorkomen of de jeugd geen prijs stelt op een organisatie als de Instuif. Laat ik hem dan bij dezen vertellen dat wij 600 leden hebben, die de Instuif samen per week 700 keer bezoeken.
Ook de bestuursleden van het Dingetje zijn lid van de Instuif en komen hier regelmatig. Ik heb niets tegen de jongens die in het Dingetje komen, dat weet iedereen wel, maar we moeten de zaken wel stellen zoals ze zijn."
Mevr. H. Buddingh-de Vries Lentsch, raadslid voor de VVD, zegt kort maar krachtig over de opmerkingen van de heer Dekker: "Ik snap niet hoe hij zoiets kan zeggen. Ik sta stomverbaasd. Vooral in het begin is er door de politie heel weinig gecontroleerd, dat staat niet in de krant. De heer Dekker zegt dat de jeugd iets heeft opgebouwd. Volgens mij hebben ze de zaak daar alleen maar afgebroken."
Het gemeenteraadslid heeft al van verschillende kanten reacties gehoord op de naam Het Dingetje, die volgens haar duidelijk een dubbelzinnige betekenis heeft. "Mij als raadslid interesseert het natuurlijk of op dit alles straks een vervolg komt. Het gebouw wordt afgebroken, en ik ben benieuwd wat er dan gaat gebeuren."
Mevr. Buddingh gelooft zeker dat er straks in de gemeenteraad bij de algemene beschouwingen nog wel meer noten over de gang van zaken rond de beatclub zullen worden gekraakt.
Opvattingen
De gemeenteraad draagt ten opzichte van de gebeurtenissen in Het Dingetje geen verantwoording, hoewel de club in een gemeentelijk gebouw is ondergebracht. De raad heeft de verhuur ervan aan het college van B&W gedelegeerd en dit college kan dus ook weer een eind aan de huurovereenkomst maken.
In dit opzicht heerst er verdeeldheid in het college, want de opvattingen van de heer Dekker worden niet unaniem gedeeld.
Wethouder C. N. van Kuyk wenst zich in dit opzicht afzijdig te houden van commentaar. Hij zegt alleen: "Als blijkt dat het toezicht van de politie daar voldoende is, sta ik er wel garant voor".
't DINGETJE IN DE RAAD
Het jeugdcentrum N.V. 't Dingetje heeft ook de belangstelling van de vroede vaderen gehad. Onder meer is gevraagd, wat de plannen van het college zijn met Het Dingetje na afbraak van het schoolgebouw aan de Nieuweweg en of bij die gelegenheid door het stellen van strenge voorwaarden niet een meer bevredigende oplossing kan worden verkregen.
Het college is van mening, dat enkele leden van de raad het voortbestaan van Het Dingetje als een feit beschouwen. Het college ziet het als noodzaak ook verdere pogingen te steunen om deze groep jongeren, die los staat van andere verenigingen of bewegingen op te vangen. Het hoe en in welke vorm is nog bij het college in studie.
Men had ook nog vragen over de brandveiligheid in Het Dingetje. Hierop antwoordt het college, dat op 27 oktober een controle naar de brandveiligheid is ingesteld (dus na het stellen van deze vraag, want die kan uiterlijk op vrijdag 20 oktober gedaan zijn - red.) waarbij bleek, dat de elektrische installatie niet aan de eisen voldoet. De PUEM heeft daarop op verzoek van het gemeentebestuur een onderzoek naar de toestand van de installatie ingesteld en deze afgekeurd.
De huurders moeten deze nu naar genoegen van de PUEM herstellen. Een zoldertje, waarop ongeveer 20 jongelui kunnen verblijven, en dat door de huidige huurders is aangebracht moet afgebroken worden, terwijl de brandweer tevens als eis gesteld heeft dat er een aantal emmers met zand geplaatst wordt, waarin men brandende stukken sigaret en dergelijke moet deponeren.
(11 november 1967)
De eerste lidmaatschapskaart

Opnieuw komt er een landelijk bekende beatgroep naar Veenendaal. Zondag, 7 mei 1967, spelen Les Baroques in N.V. 't Dingetje. Hun optreden begint om half drie. De toegang staat open voor leden. Binnenkort komt er een nieuwe langspeelplaat uit van Les Baroques, die al vier singles en een LP op hun naam hebben staan. (5 mei 1967)HARDE BEAT IN RUSTIG DINGETJE
Gistermiddag (7 mei 1967) stonden ruim tweehonderd tieners uit Veenendaal en omgeving roerloos te luisteren naar de prestaties van één van de beste Nederlandse beatgroepen: Les Baroques.
Het concert werd gegeven in de Veenendaalse beatclub 't Dingetje. De zes Baarnse jongelui ontnamen iedereen de lust tot dansen, overigens was daar maar weinig plaats voor, en dwongen alle beatliefhebbers ademloos te luisteren en te kijken naar hun muziek en show. Het was dan ook vakwerk.
De muziek, meer dan duidelijk hoorbaar, werd goed gebracht. De zanger van de band, Michel, scheen onvermoeibaar. Al kronkelend en springend werkte hij zijn repertoire af, dat bestond uit keiharde beat en nummers, die twee jaar geleden nog jazz heetten, maar nu tot de Rhythm & Blues worden gerekend.
Je moet het alleen met muziek kunnen en er verder niets bij nodig hebben". Vanaf september 1966 bestaat de groep uit Michel van Dijk, zang, Frank Muyser op gitaar, saxofoon en mondharmonica, René Krijnen op de toetsen, Robin Muyser op basgitaar en Raymond van Geytenbeek op drums. Over het publiek waren ze goed te spreken. "Het is een gezellige beatclub". Volgens Robin maakte de club weinig verschil met een club uit de stad: "Het is nergens zo ruig als men wil doen geloven".


In de Veenendaalse beatclub N.V. Het Dingetje" speelt zaterdagavond de bekende Nederlandse beatgroep Dirty Underwear. Deze Eindhovense beatgroep heeft vooral bekendheid gekregen door hun regelmatig optreden in de Eindhovense studentensociëteit De Wasscherij.
Hans (1946), Jacques (1945), Puck (1944) en Willem (1947) vormen de groep.
"We heten ook wel kortweg Dirty, en op het drumstel hebben we maar Dirty U gezet, maar officieel heten we Dirty Underwear," zegt Hans. Jacques drumt, Puck speelt rhythm gitaar en als het moet ook mondharmonica.
Net als Willem en Hans zingt hij ook nog. De basgitaar wordt bespeelt door Willem, Hans sologitaar.
Ook ouderen zijn welkom
BEAT JEUGD ZET ZICH IN VOOR ISRAEL
Vanavond wordt in de Veenendaalse beat club N.V. 't Dingetje een show- en dansavond gehouden waarvan de opbrengst bestemd is voor het actiecomité-Israël. De avond wordt verzorgd door de Veenendaalse beatgroep As203, die samen met het bestuur van N.V. 't Dingetje volkomen belangeloos tot de organisatie van dit festijn is overgegaan.
Hans Hiensch, de zanger van de band, liep al enkele dagen rond met het idee iets voor Israël te doen. Gisteravond kwam hij, samen met de manager van de beatgroep, Jaap Budding, plotseling op het idee een show te geven, waarvan de opbrengst ten goede zou komen aan Israël. Onmiddellijk hebben zij contact opgenomen met het bestuur van beat club NV 't Dingetje, dat spontaan met het idee instemde. De beatgroep speelt voor niets en het bestuur van de beat club stelt de zaal gratis ter beschikking. De entree prijs kan ieder voor zich bepalen. Wel is er een minimumprijs van fl. 0,75.
Ook ouderen zijn welkom: "Al is het alleen maar om de entree te komen betalen", zei Hans.
Bij de geboorte van prins Willem-Alexander speelden zij op de markt in Veenendaal, vlak nadat het nieuws van de geboorte bekend was gemaakt.
De beatgroep speelt vanavond niet alleen gratis, As203 laat er zelfs een optreden voor schieten. Ook van de beat club N.V. 't Dingetje is het een bijzonder mooi gebaar.Normaal is de club op vrijdagavond niet gratis, As2O3 laat zij zonder meer hun ruimte gebruiken voor deze actie. De opbrengst zal worden overgemaakt aan de heer Palache, voorzitter van de Collectieve Israël Bond.
(De Vallei, 9 juni 1967)
De Beatclub 't Dingetje kreeg van het nieuwe bestuur een nieuw interieur en exterieur. Zowel veel ouderen als een groot deel van de jeugd is niet bijzonder te spreken over de huidige gang van zaken. "De gezellige sfeer is weg. Het is te commercieel geworden", zegt de jeugd.
De twee Veenendaalse jongens Karel Helder en Will van Essenveld zijn bijzonder verontwaardigd over bepaalde activiteiten van het nieuwe bestuur van de beat club N.V. 't Dingetje. Zij beweren namelijk, dat dit bestuur onder valse voorwendsels en gebruik makend van hun naam, twee bekende artiesten heeft geëngageerd. Overigens zijn zij niet de enigen die zich ergeren aan het gedrag van de nieuwe beatclub leiders. Ook een groothandelaar in bier, limonades en wijnen, heeft nog een appeltje te schillen. Hij wacht nog steeds op de betaling van enkele vrij grote en vrij oude rekeningen.
Grote schulden niet betaald
Karel Helder vertelt dat hij samen met Will van Essenveld de beroemde Belgische zanger Ferré Grignard had geëngageerd voor een optreden in een garage te Veenendaal in oktober (1967).
"We hadden de zaak al helemaal mondeling met de manager van de zanger, Bob Majoor, geregeld. We hoefden alleen nog maar op te bellen waar en wanneer het optreden precies zou plaatsvinden".
Het voornaamste van deze zaak is echter dat de jongens na vele moeizame onderhandelingen een aardig bedrag van de gage van de zanger wisten af te pingelen. Dit laatste kwam het bestuur van 't Dingetje ter ore:"Zij hebben toen opgebeld en gezegd dat het optreden waarover wij met Bob Majoor hadden gesproken in 't Dingetje zou plaatsvinden". De manager, die in de veronderstelling was, dat hij met Karel en Will te doen had, ging hiermee akkoord.
Hij beloofde zelfs ervoor te zullen zorgen dat de beroemde Amerikaanse gitaar-virtuoos Jimi Hendrix met zijn begeleiders mee zou komen, eveneens voor een zacht prijsje. Zo werd ook dit buitenkansje voor de neuzen van Karel en Will weggekaapt. "We kunnen er niets tegen doen", zegt Karel teleurgesteld. "Alles is getekend, het contract opgesteld en de datum van het optreden bepaald".
Te jong
Will van Essenveld is zelf vanaf de oprichting van Beat club N.V. 't Dingetje lid van bestuur geweest. Enige tijd geleden heeft hij voor zijn bestuursfunctie bedankt. "Ik kon mij niet verenigen met de werkwijze en het gedrag van het nieuwe bestuur", zegt hij. "Ik schaamde mij als ik in de club kwam de laatste tijd". Het publiek dat 't Dingetje bezoekt is te jong. "De jeugd beneden de zeventien jaar moet naar "de Instuif" gaan", zegt Karel, anders komt er volgens hem niets van terecht. Ook over het gedrag van dit jeugdige publiek is hij niet erg te spreken: "Ze drinken stiekem bier en cognac, en dat voor kinderen van 15, 16 jaar".
Er was nog iets waar ex-'t Dingetje bestuurder Will zich niet mee kon verenigen; "De club wordt aan derden verhuurd", zegt hij. Het oude bestuur huurt het gebouw aan de Nieuweweg nog steeds voor weinig geld van de gemeente: gas, water en elektriciteit gratis. "Enkele leden van het oude bestuur verhuren nu het gebouw aan het nieuwe bestuur, maar dan natuurlijk voor meer geld dan zij de gemeente moeten betalen".
Will voelde er niets voor hieraan mee te doen. Ook een groothandelaar in bier, limonades en wijnen, heeft meer met het oude bestuur op dan met het nieuwe. Evenals de vorige leiders van de beat club, betrekken ook de huidige directeuren alle frisdranken van zijn zaak. Vroeger had hij echter nooit te klagen over de betaling: "Dat ging prima. Er werd altijd vlot afgehandeld … tot het huidige bestuur kwam. Ik wil het bedrag niet noemen wat ze mij verschuldigd zijn, maar het is wel de moeite waard".
Geruchten
Er gaan vele geruchten over 't Dingetje in Veenendaal. Niemand weet wat zich tijdens de besloten fuiven in de club afspeelt. De serieuze jeugd van Veenendaal zou graag zien dat er een andere gelegenheid voor de jeugd komt. Karel, Will en een ander ex-bestuurslid van N.V. 't Dingetje, Wim van Schuppen, om dezelfde reden als Will afgetreden, willen aan deze wens gehoor geven. Zij zijn bezig met het zoeken naar een nieuwe, gezondere gelegenheid. Daar zullen geen bands optreden en er zullen alleen personen van achttien jaar en ouder worden toegelaten. Deze club zal een opener karakter krijgen. Het is alleen zo moeilijk iets dergelijks te organiseren, zeggen de jongens, maar ze blijven zoeken naar de middelen en ruimte om hun doel te bereiken.
(de Vallei, 13 september 1967)
Naar aanleiding van uw artikel 'Rumoer rond NV 't Dingetje' in de Vallei van 13 september 1967 willen wij het volgende commentaar geven.
De heren Will van Essenveld, Karel Helder en Wim van Schuppen, hebben nooit, ook niet vanaf het begin, in het bestuur van NV 't Dingetje gezeten. Er is thans helemaal geen sprake van een nieuw bestuur, maar van een organisatorische leiding onder supervisie van het bestuur.Onder deze leiding draait NV 't Dingetje nu zegge en schrijve 4 weken. Het is dan ook erg raadselachtig hoe wij in deze korte tijd aan oude en grote schulden kunnen komen. Temeer daar volgens het artikel zelfs de jeugd zegt, dat het te commercieel geworden is. Verder worden wij door de zegslieden Essenveld en Helder van achterbakse praktijken beschuldigd, in verband met het engageren van buitenlandse artiesten.
De feiten zijn, dat bovengenoemde heren namens het bestuur van NV 't Dingetje (waartoe zij niet gerechtigd waren, omdat zij daarin geen zitting hadden) Ferré Grignard hadden geëngageerd om in een garage op te treden. Hetgeen door genoemde artiest pertinent werd geweigerd.
De zaakgelastigde van Ferré Grignard in Nederland heeft hierna contact opgenomen met de organisatorische leiding van NV 't Dingetje over een optreden van Ferré Grignard in Veenendaal, hetgeen vanzelfsprekend door ons geaccepteerd is.
Het gezegde van Karel Helder; dat de jeugd beneden 17 jaar naar de Instuif moet gaan, vinden wij absurd. Waarom mag de jeugd onder 17 jaar niet méér mogelijkheden hebben dan alleen de Instuif. Waar dachten zij de jeugd dan mee bezig te houden, met dammen, schaken of tafeltennis soms? Indien de jeugd hiervoor werkelijk interesse heeft zijn er mogelijkheden te over bij bestaande verenigingen. Het feit dat zij zich hiervoor niet interesseert blijkt wel uit onze druk bezochte middagen.
U, geachte redactie dankend voor uw medewerking door het plaatsen van dit artikel, verblijven wij,
De organisatorische leiding van NV 't Dingetje.
(27 september 1967)
Vrijdagavond a.s. treedt in beat club N.V. 't Dingetje" te Veenendaal de Belgische zanger Ferré Grignard op. Hij wordt begeleid door een eigen groep. De Belgische protestzanger komt speciaal voor dit optreden in Veenendaal naar Nederland. Om zeven uur begint hij zijn show die tot ongeveer 11 uur zal duren. De Antwerpse zanger brengt protestliederen. Hij is tegen de oorlog, hetgeen hij tracht te accentueren door het dragen van een hakenkruisje.
De zanger, die ongetwijfeld niet met geldzorgen te kampen heeft, houdt er in vergelijking met zijn collega's een eenvoudig leven op na. Hij brengt de nacht van vrijdag op zaterdag in Veenendaal door, echter niet in een hotel, maar bij een der organisatorische leiders van de Veenendaalse beat club thuis.
(5 oktober 1967)
Ferré Grignard: Bleue knaap met fijne liedjes
In beat club N.V. 't Dingetje concerteerde in 't afgelopen weekeinde de beroemde Belgische zanger Ferré Grignard met zijn begeleiders. Een opvallend klein publiek kreeg na lang wachten enkele knappe, blues-achtige nummers te horen van het bijzonder homogene kwartet. Vooraf speelde de Veenendaalse beatgroep Opus X, een band die nog heel wat gitaar- en zanglessen kan gebruiken. Het is tenminste moeilijk aan te nemen dat beat behalve hard, ook nog vals kan klinken. De muziek van Ferré Grignard streelde ieders oor.
Gezeten rond het podium luisterde het publiek, heel wat kleiner dan men verwachtte, ademloos naar de fijne liedjes waar een enorme rust van uitging. Nergens was een element van beat te bespeuren. Zelfs niet in de manier van optreden. De vier musici zaten op stoelen op het podium in tegenstelling tot de meeste bands die springend en schreeuwend hun show brengen. Ook waren er geen knallende drums, maar goed slagwerk op een Turkse trom en een tamboerijn, bespeeld door een drummer die zich er van bewust was dat slagwerk een begeleidende functie heeft; iets wat men in dit genre doorgaans maar weinig inziet. De muziek schiep een intieme sfeer in het kleine zaaltje. Er was een goed contact tussen publiek en musici.Even werd de sfeer onderbroken door een boze vader die zijn dochter kwam halen, maar pa had gerust kunnen zijn, want hoofdinspecteur van politie W. C. H. Dekker hield een (betrouwbaar) oogje in het zeil. Hij was erg tevreden over het gedrag van het publiek.
Kort en klein
Ferré Grignard trouwens ook.
Hij zei het liefst te spelen voor een publiek, dat gezeten rond het podium aandachtig luistert. Even later sprak hij zichzelf echter tegen. Op de vraag of de beatclub in de provincie nou erg verschilt van die in de stad antwoordde hij: ,,Zeker, in de stad slaan ze de boel kort en klein. Dat vind ik leuk. Zo krijg je veel mensen in de tent. Ik geef er zelf wel eens aanleiding toe, want door het afbreken van de boel komt het publiek tot een climax".
Een vreemde snuiter, die Antwerpse zanger, maar bepaald niet onsympathiek. Achter een grote hoeveelheid haar gaat een bedeesd, gebrekkig sprekende jongen schuilt die pas voor het publiek durft te verschijnen als hij een flinke portie geestrijk vocht heeft genuttigd. Zelf zegt hij hierover: ,,Ach, dan kom ik beter in de sfeer".Zijn manager Bob Majoor:"Dan kan hij beter lallen", waarmee een bepaalde tong slag bij het zingen wordt bedoeld.
(10 oktober 1967)
Ambtenaren van de PUEM hebben dezer dagen een controle-bezoek gebracht aan het oude schoolgebouw dat nu 't domicilie van de beat club N.V. 't Dingetje is. Zij hebben geconstateerd dat de leidingen van de elektriciteit vernieuwd moeten worden.
Voor de leiding van de beat club betekent dit, dat er grote kosten gemaakt zullen moeten worden en een onthutste Fred Bruitsman vertelde gisteren dan ook: ,,Ik ben druk doende om er nog voor te zorgen dat we kunnen blijven doordraaien. We zullen de onkosten zelf moeten betalen, zo werd ons verzekerd. Maar het kan best zijn dat er ets anders achter zit, dat ga ik ook uitzoeken".
Hoofdinspecteur W. C. H. Dekker gaf het volgende commentaar: ,,Ik heb er wel iets van gehoord. Ik weet dat de PUEM is gaan kijken. Voordat ik hier iets concreets over kan zeggen, wil ik eerst weten wat er precies aan de hand is".
De instantie, die natuurlijk wel het fijne van deze affaire weet is de PUEM. Commentaar wenste men echter niet te verstrekken. "Ik weet er helemaal en dan ook helemaal niets van", zei een woordvoerder. Ook verdere vragen werden door de PUEM genegeerd. "We weten van niks", zo werd er bij herhaling gezegd. Fred Bruitsman zei tenslotte': "We hebben de brandweer ook al op bezoek gehad. Daarmee is nu alles in orde. Nu krijgen we weer met de PUEM te maken. Wie weet wat er achter zit".
(3 november 1967)
Sluiting 't Dingetje
Nog even, en niets herinnert meer aan het bestaan van n.v. 't Dingetje.
Na de stille afgang van het beatclub instituut gaat ook het gebouw, dat vroeger deel uitmaakte van de zogenaamde "Kokseschool", van het toneel verdwijnen.
Ook zijn de slopers begonnen met de afbraak van de voormalige groente- en fruithandel van de heer van Barneveld, zodat binnenkort op de hoek Hoogstraat - Hoofdstraat een belangrijke ruimte zal vrijkomen. Wat de uiteindelijke bestemming van de grond zal worden is nog niet bekend. Voorlopig zal het terrein als parkeerruimte worden ingericht.
De Vallei, 24 januari 1969






Reacties mogelijk gemaakt door CComment